De invloed van social media is in het Westen pas goed doorgedrongen door
de oproep tot rellen in Engeland. De opstanden in de Arabische wereld begin dit
jaar werden ook al gevoed door social media, maar gek genoeg ontging ons dat grotendeels.
We sloten onze ogen en oren ervoor, omdat het te ver van onze bed was. Pas als
een buurland dreigt met een vorm van inperking van vrijheid van meningsuiting,
openen we onze ogen en spitsen we de oren, selectief…

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. In ons land voor de een wat
groter dan de ander, zo bleek uit de recente rechtsgang die politicus Geert
Wilders moest maken. De rechters oordeelden dat hij vaak langs de scheidslijn
van het toelaatbare scheerde en er soms wellicht overheen ging, maar dat als
politicus mocht doen. Zoveel vrijheid is niet iedereen gegeven, maar dat neemt
niet weg, dat sommigen op internetfora die scheidslijn wel overschrijden. Racisme,
discriminatie, intolerantie, oproepen tot geweld, het kan allemaal. Het mag tot
op zekere hoogte. Oproepen tot geweld of het daadwerkelijk plegen van geweld gaat
te ver. Crimineel gedrag wordt terecht bestraft. Het is waar de scheidslijn
tussen sociale en asociale media dun wordt. De scheidslijn tussen wat aanvaardbaar
is en wat niet langer wordt getolereerd.

In het Midden-Oosten, zoals in Tunesië en Egypte bijvoorbeeld, werden social
media ingezet om in opstand te komen tegen ondemocratische overheersers als Ben
Ali en Moubarak. Toen die de social media dreigden te beperken en censureren,
hoorde je (bijna) niemand in het Westen over vrijheid van meningsuiting, vrijheid
van internet en vrijheid van de sociale media. Maar toen vorige week in
Engeland de vlam in de pan sloeg nadat via BlackBerry en Twitter opgeroepen
werd tot plunderingen en te rellen, werden we opeens wakker. De Engelse
overheid vindt dat Twitter opruiende accounts moet sluiten en vraagt BlackBerry
om mee te werken aan onderzoek naar de veroorzakers van het geweld
.

Het oproepen tot geweld zoals dat in Engeland is gebeurd, staat in geen enkele
verhouding tot wat in het Midden-Oosten gebeurde. Onze vrijheid in het Westen wordt
mede ingegeven door de vrijheid tot internet, telefonie, social media en onze
vrijheid van meningsuiting. De twee situaties zijn ingegeven door totaal
verschillende emoties en achtergronden. In het Midden-Oosten worden social
media ingezet om die vrijheden te verwerven, in Engeland om vooral te plunderen
en te rellen. De verschillen zijn legio, de enige overeenkomst, de inzet van
moderne communicatiemiddelen. Inperking van zulke vrijheden stuiten me tegen de
borst.

Ik vind het ongehoord dat de Britse overheid zelfs maar nadenkt over het
inperken van de vrijheid tot moderne communicatie
als via social media. Dat ze
aan Twitter, Facebook, BlackBerry en welk social netwerk dan ook, hulpverzoeken
doet is een stap die te billijken is. Natuurlijk willen de autoriteiten hulp
bij het oppakken van de aanstichters van de rellen, die niets meer om het lijf
hadden dan plunderingen, gruwelijk geweld en vernielzucht. Niet zoals 30 jaar
geleden een aanklacht tegen de armoede en slechte economische vooruitzichten
van jongeren, maar puur vandalisme, diefstal en grootschalige, georganiseerde
misdaad tegen de maatschappij.

Dan nog kan het niet zo zijn, dat de Britse overheid Twitter wil verplichten om
haar netwerk af te sluiten voor relschoppers
. Ondanks de verwerpelijkheid van
de acties van deze criminelen, is het de vrijheid van een democratie, waar je onbeperkte
toegang hebt tot een communicatiemiddel. Elke inperking is een inbreuk op
verworven vrijheden. Onbegrijpelijk dat deze gedachte van het inperken van
communicatievrijheid afkomstig is vanuit een regering, waarin de liberaal
democraten samen met de conservatieven de coalitie vormen. Er zijn genoeg
mogelijkheden voor de autoriteiten om social media te monitoren. En sterker
nog, om deze zelfde netwerken in te zetten voor eigen belang. Zoals er via
Twitter ook heel snel accounts ontstonden van tegenstanders van de rellen. Die
binnen een uur 20.000 volgers kregen. Of zoals de pagina op Facebook, waar
initiatieven op worden getoond om de steden weer schoon te maken
. Of de
buurtbewoners die via social media burgerwachten oprichten. Dat is diezelfde
vrijheid van internet en social media.

Dichter bij huis waagde de mediawoordvoerder van de VVD, Afke Schaart, het om
de PvdA verantwoordelijk te houden voor de komende prijsstijgingen van mobiel
internet. De liberale coalitiepartner was onlangs tegen het voorstel van netneutraliteit
en vindt dat GroenLinks, D66, PVV en PvdA voorop debet zijn aan de
prijsverhogingen, die KPN, Vodafone en T-Mobile per 1 september hebben
aangekondigd. Providers wilden bepaalde mobiele internetdiensten afknijpen,
differentiëren of zelfs blokkeren, omdat er onvoldoende winst op werd gemaakt.
KPN wilde bijvoorbeeld klanten extra geld berekenen voor bepaalde diensten die
via mobiel internet extra bandbreedte kosten, zoals Youtube en Skype. Via
duurdere contracten, omzeilen de providers de netneutraliteit alsnog en vragen
ze toch meer geld. De VVD houdt de PvdA hiervoor verantwoordelijk.

Het is natuurlijk een gotspe, dat een partij die ‘vrijheid’ in haar naam voert,
niet voor die vrijheid van het net heeft gevochten, maar de wet wilde
tegenhouden die dit beter wilde regelen. Nu schuift de VVD haar eigen
verantwoordelijkheid af op partijen die wel bereid waren te vechten voor die vrijheid.
Het zou de politiek sieren om die vrijheid van het (mobiele) net met betaalbare
tarieven weer zo snel mogelijk voor iedereen open te stellen. Opdat social
media weer door iedereen ingezet kunnen worden; het liefst zo sociaal mogelijk,
maar ja, ook de asociale medemens maakt gebruik van de moderne communicatie die
vrijheid ons nu eenmaal biedt. En dat is een groot verworven goed. Hier, bij
ons, in Engeland, en hopelijk ook snel in het hele Midden-Oosten en de rest van
de gesloten wereld, waar vrijheid van meningsuiting nog steeds ingeperkt wordt
door enge overheersers…

Jacques Happe

Jacques Happe is vicevoorzitter van Welcom, het
Amsterdamse communicatienetwerk, zelfstandig journalist, mediastrateeg en
communicatiemanager bij Highlow
Communications
, dat hij 4 augustus 1986 op 19-jarige leeftijd oprichtte.